Buiten brillen, contactlenzen of zonnebrillen kunt u bij ons ook terecht voor het volgende:
Om beschadiging en uit het model raken van de bril (of zonnebril) te voorkomen is het belangrijk om deze in een stevig etui op te bergen indien deze niet gedragen wordt. Zeker als deze meegenomen moet worden in een handtas, boekentas of bijvoorbeeld in een jaszak. Ook bij kunststof glazen wordt hierbij het ontstaan van krassen voorkomen.
Daarom hebben we de nodige 'harde' briletui's in allerlei vormen en kleuren. Ook zijn er '(half)zachte' etui's waarmee de bril niet als zodanig beschermd, maar wel stofvrij opgeborgen wordt. Bij de aanschaf van een kompleet nieuwe bril krijgt u van ons er in ieder geval een hard etui bij waar uw nieuwe bril (of de vorige bril) in opgeborgen kan worden.
Aan een bril kunnen vaak 'hoekjes' zitten waar vettigheid zich ophoopt, bijvoorbeeld bij de neussteuntjes. Met een poetsdoekje kunnen we hier erg moeilijk bij en met een oude tandenborstel is het ook niet altijd ideaal. Daarom is er een brillenbad waarmee we dit toch schoon kunnen maken. Dit brillenbad bestaat uit een koker met deksel waarin de bril wordt vastgeklemd. Deze koker wordt dan gedeeltelijk gevuld met water en een scheut speciale schoonmaakvloeistof, en dan, schudden maar.
De eenvoudigste lensvorm is de planconvexe lens: aan de ene zijde vlak, aan de andere zijde een sferische bolling. Sferisch wil zeggen dat de bolling van het oppervlak regelmatig 'rond' is. Vanwege de nodige afbeeldingsfouten worden deze lenzen zelden gebruikt voor loepen of leesglazen.
Om de randvertekening op te heffen zijn er de a-sferische lenzen. In tegenstelling tot de vorige lenzen is de bolling niet regelmatig gekromd, maar verloopt deze naar de rand toe in een andere kromming. Meestal zijn deze lenzen aan de voor- en achterzijde verschillend van vorm. Zeker bij hogere vergrotingen geven deze lenzen een veel duidelijker beeld.
Om ook bij erg sterke vergrotingen geen randvertekening te krijgen, zijn er de aplanaten. Deze zijn samengesteld uit twee planconvexe lenzen die met de bolling naar binnen in een vatting zijn gemonteerd.
Een combinatie van twee verlijmde lenzen uit verschillende glassoorten waarvan er een positief en de andere negatief is, wordt een achromaat genoemd. Door deze combinatie ontstaat er een afbeelding zonder kleurschifting en zonder randvertekening. Het zijn de duurste lenzen die er zijn.
Leesglazen
Visoletloep: bolvormig glas wat ook direct op de tekst wordt geplaatst. Vergroting 1.8x. Door de specifieke eigenschappen ontstaat er een zeer helder beeld.
Handleesglas: biconvexe, asferische of aplanatische lens in een vatting met handvat. Vergrotingen van 2x tot 4x. Vaak moeilijker in gebruik door het vasthouden van de werkafstand, zeker bij landurig gebruik.
Standleesglas: deze zijn er in diverse vormen. De meest gebruikte en erg handige is een aferische lens in een vatting met uitklapbare steunen waardoor een goede werkafstand wordt verkregen (zie afbeelding).
Vergrotingen van 2.8x tot 3.5x.
Standloepen zijn ook in andere vormen met variabele vergrotingen verkrijgbaar en ook waarbij we beide handen vrij hebben voor bijvoorbeeld knutselwerk.
Inslagloep: gemakkelijk mee te nemen biconvexe loep met vergrotingen van ongeveer 3x.
Borduurloep: een loep die omgehangen wordt en op de borst steunt. Vergroting 2x.
Omdat slechter zien ook vaak gepaard gaat met minder licht wat het oog binnenkomt, kan het opvoeren van de hoeveelheid licht een duidelijke verbetering geven. Gebruiken we hier bijvoorbeeld een bureaulamp voor dan kunnen de randen van de loep de nodige schaduwen geven. Ook de warmte van zo'n lamp kan hinderlijk zijn.
Daarom is het praktischer om het licht in de loep te monteren. Deze lichtloepen zijn verkrijgbaar in diverse vormen. Voor het lezen worden meestal standloepen gebruikt met vergrotingen van ongeveer 3x tot 4x. Deze loepen zijn verkrijgbaar met een batterijhandvat met een fietslampje, maar ook op netstroom met halogeen verlichting.
Met hogere vergrotingen (7x tot 10x) zijn ze minder geschikt voor het lezen, maar wel praktisch bij het bekijken van bijvoorbeeld postzegels of munten. Ook zijn er handlichtloepen met vergrotingen van 3x tot 10x die gemakkelijk mee te nemen zijn. Een andere soort zijn standlichtloepen waarbij we beide handen vrij hebben voor bijvoorbeeld fijn knutselwerk of borduren.
Inslagloepen: diverse soorten loepen met zowel aplanatische als achromatische lenssystemen. Vergrotingen van 6x tot 20x. Deze worden o.a. gebruikt door biologen, juweliers en grafici. Deze loepen worden vrij dicht voor het oog gehouden en, afhankelijk van de vergroting, ook erg dicht op de afbeelding.
Dradentellers: biconvexe inklapbare loep met vergrotingen van 5x tot 12x. Deze worden o.a gebruikt in de textiel- en de grafische industrie, maar zijn ook voor andere werkzaamheden erg bruikbaar door de vaste werkafstand. Diverse modellen zijn ook leverbaar als aplanaat met een meetschaal.
Steelloepen: eigenlijk hetzelfde als bovenstaande inslagloep, maar dan gemonteerd op een steel.
Standloepen: diverse biconvexe of achromatische standloepen met of zonder meetschaal met vergrotingen van 6x tot 10x.
Horlogemakerloepen: deze biconvexe loepen worden in de oogkas 'geklemd'. Vergrotingen tussen 3x en 10x.
Een andere manier om vergrotingen te verkrijgen, zowel op afstand als nabij, is het monteren van loep- of verrekijkersystemen in een bril.
Meestal worden deze systemen alleen toegepast voor mensen met visuele beperkingen maar in sommige vakgebieden (bv chirurgie) worden ze ook gebruikt. Deze systemen kunnen zowel in een bestaande bril als in een los montuur geplaatst worden.
De vergrotingen kunnen variëren van 2x tot ongeveer 10x. Bij de hogere vergrotingen moet het hoofd wel goed stilgehouden kunnen worden.
Bij 8x bijvoorbeeld, wordt iedere beweging van het hoofd ook 8x versterkt.
Met de voortschrijding van de huidige electronica zijn ook de televisieloepen binnen het bereik gekomen van slechtzienden.
Hierbij wordt het beeld met een mini-videocamera opgenomen en op een bestaande televisie of een beeldscherm afgebeeld.
Vergrotingen tot 30x zijn hierbij mogelijk. De videocamera kan hierbij los-staand zijn, maar ook gemonteerd in een loep of onder een speciaal beeldscherm. Omdat deze systemen met name bedoeld zijn voor low-vision (=lage gezichtsscherpte) patiënten loopt het advies en de aanschaf veelal via een de van Low-vision instituten.
Simpel gezegd bestaat een verrekijker uit een oculair aan de oogzijde, een prisma-systeem in de kijker en een objectief aan de andere zijde. De binoculaire (= met 2 ogen kijken) verrekijkers bestaan uit 2 van deze systemen, verbonden door een brug met scherpstelinrichting.
Er zijn echter ook monoculaire verrekijkers die maar voor één oog bruikbaar zijn.
Of een hogere lichtsterkte altijd nuttig is, is ook afhankelijk van de pupildiameter van het oog. Hebben we nu in schemerige lichtomstandigheden een pupildiameter van 7 mm en een kijker met een lichtsterkte van 25 en dus een uittredepupil van 5 mm, dan geeft de verrekijker een begrenzing van de hoeveelheid licht die in het oog valt. Bij helder weer en een daarbij behorende pupildiameter van bijvoorbeeld 3 mm, gebruiken we een gedeelte van het licht dat door de kijker valt en geeft de pupildiameter de begrenzing. Ook bij oudere mensen die over het algemeen een kleinere pupildiameter hebben, is deze pupildiameter de beperking van de hoeveelheid licht die in het oog komt.
Bij de zogenaamde nachtkijkers (7x50, 8x56) met een uittredepupil van 7 mm en een lichtsterkte van 49 hebben we eigenlijk het nuttige maximum bereikt van de lichtsterkte, omdat de pupildiameter zelden meer bedraagt dan 7 mm.
Omdat al deze grensvlakken reflecties geven kan er nogal wat licht verloren gaan. Daarom zullen bij de betere kijkers al deze grensvlakken ontspiegeld of meervoudig ontspiegeld zijn. Verder bepaald de samenstelling van de lenssystemen of er meer of minder vertekening en kleurschifting waarneembaar is in de rand van het gezichtsveld. Ook het nauwkeurig parallel staan van de twee lenssystemen bij binoculaire verrekijkers bepaalt of de kijker rustig kijkt. Uiterst kleine verschillen kunnen erg onrustig kijken en eventueel hoofdpijn opleveren doordat de ogen deze verschillen moeten compenseren. Ook het uiterlijk en de stevigheid is voor een deel bepalend voor de prijs.
De meeste verrekijkers hebben vergrotingen tussen de 7x en 10x. Hogere vergrotingen zijn wel mogelijk (12x - 16x) maar over het algemeen minder praktisch omdat ze moeilijk zijn stil te houden en eigenlijk alleen vanaf een statief goed te gebruiken zijn. De normale verrekijkers hebben meestal een lichtsterkte tussen de 25 en 50. Bij deze lichtsterktes zal een kijker van 7x50 en zeker 8x56 (beide lichtsterkte 50) groter en zwaarder
zijn dan een kijker van 7x35 of 8x40 (lichtsterkte 25).
Een andere categorie zijn de minikijkers. Dit zijn kleine, opvouwbare en lichte kijkers die gemakkelijk en overal mee te nemen zijn. Om ze zo slank mogelijk te houden zijn ze altijd voorzien van dakkant prisma;s. De vergrotingen liggen meestal ook tussen de 7x en 10x, maar door de kleine objectiefdiameter zijn ze veel lichtzwakker. Een minikijker van 7x21 heeft bijvoorbeeld een lichtsterkte van 9 en een 10x25 een lichtsterkte van 6.25. Hierdoor zijn ze eigenlijk alleen bij mooi weer te gebruiken en in de schemering ongeschikt.
Toneelkijkers zijn bedoeld om bij toneel, theater of musicals beter details te kunnen waarnemen. De vergrotingen bij deze kijkers zijn beperkt van 2x tot 3x. Hogere vergrotingen zoals bij normale verrekijkers zijn hiervoor minder geschikt, omdat bij hogere vergrotingen de kijker moeilijker stil te houden is, het beeld lichtzwakker wordt en de beeldhoek verkleind waardoor het overzicht op het podium verdwijnt.
In tegenstelling tot de gewone verrekijkers zijn het geen prismakijkers maar is het een 'hollandse' kijker. Voordeel van dit vergrotingssysteem is een erg korte kijker en daardoor weinig gewicht, wat zekere bij langdurig gebruik alleen maar prettig is. Bovendien heeft een toneelkijker van 3x27 een uittredepupil (zie verrekijkers) van 8.1 mm waardoor de kijker minder nauwkeurig voor de ogen hoeft worden gehouden.
Indien sterkere vergrotingen nodig zijn dan bij de normale verrekijkers mogelijk is, zijn er telescopen (ook wel 'spotting scopes' genoemd) waarbij vergrotingen van 15x tot 60x mogelijk zijn. Omdat bij deze vergrotingen de telescopen niet meer stil te houden zijn, worden ze altijd vanaf een statief gebruikt. Bovendien zijn deze telescopen altijd monoculair uitgevoerd (voor met één oog kijken).
Wat lichtsterkte, kwaliteit van lenzen, ontspiegelingen e.d. betreft, is hetzelfde van toepassing als bij de normale verrekijkers. Een telescoop met de specificaties van bijvoorbeeld 15x75, heeft een lichtsterkte van 25 wat in de schemering redelijk acceptabel is. Een telescoop van 40x80 daarentegen heeft een lichtsterkte van 4! In schemerige omstandigheden is deze dus nauwelijks bruikbaar.
Bovendien zijn ze korter in lengte. Ondanks dat heeft de lenzentelescoop enkele voordelen. Het beeld is helderder en duidelijker omdat er in tegenstelling tot de spiegeltelescoop geen opvangspiegel in de weg zit. Hierdoor kan het beeld van een lenzentelescoop wat meer vergroot worden dan een spiegeltelecoop van vergelijkbare grootte.
In tegenstelling tot verrekijkers worden sterrekijkers altijd geleverd met losse oculairen, De vergroting van een sterrekijker wordt bepaald door de brandpuntsafstand van de telescoop te delen door de brandpuntsafstand van het oculair.
Bij een telescoop met de specificatie 105/1000 en oculair van 20 mm krijgen we dus een vergroting van 50x, en bij een oculair van 8 mm dus 125x. Daarom worden er vaak 2 of meer oculairen bij een sterrekijker geleverd. Een andere manier om meer vergroting te verkrijgen is het tussenvoegen van een 'barlowlens' met een vergroting van 2x of 3x, waardoor bijvoorbeeld de vergroting van 125x opgevoerd wordt tot respectievelijk 250x of 375x.
De vergroting van een sterrekijker onbeperkt opvoeren heeft weinig zin. De zinvolle vergroting van een sterrekijker is ongeveer 2x tot 2.5x de diameter van de objectieflens of spiegel. Hogere vergrotingen maken het beeld alleen lichtzwakker en laten niet meer details zien. Bij een telescoop 105/1000 is een vergroting van ongeveer 250x dus meer als voldoende.
Bij de parallactische (ook wel equatoriale) montering kan een planeet gevolgd worden met één instelknop. Bovendien is deze dan vaak van een motor te voorzien waardoor dit volgen automatisch gaat.
De vergroting van een microscoop wordt berekend door de vergroting van het oculair te vermenigvuldigen met de vergroting van het objectief. Een oculair van 6x en een objectief van 40x geven dus een vergroting van 240x. De oculairen zijn uitwisselbaar aan de bovenzijde van de microscoop, de objectieven (meestal 3) zitten ongeveer halverwege gemonteerd en zijn door middel van een schijf in 'beeld' te draaien.
De duurdere (laboratorium) microscopen geven betere resultaten. Het optisch systeem bestaat uit de betere oculairen en vaak verende objectieven (om het preparaat niet te beschadigen). De objecttafel waar de preparaten op liggen zijn (te) voorzien van een kruistafel met micrometer, waardoor nauwkeurig ingesteld kan worden. Meestal zijn deze microscopen ook voorzien van een (koudlicht) verlichtingssysteem met condensor, irisdiafragma en de mogelijkheid voor kleurfilters. Andere mogelijkheden bij deze microscopen zijn meetoculairen, olie-immersie objectieven, foto-adaptors en een binoculaire opzet.
© 2002-2011 Van Hout Optiek. All rights reserved.
Website realisatie: TheOptics.